Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieFicaria verna subsp. bulbifera
Ficaria verna subsp. bulbifera is herkenbaar aan de goudgele bloemen en glanzende, hartvormige bladeren. Deze plant bereikt een hoogte van 0,09 m en vormt dichte, lage tapijten. De soort gedijt op voedselrijke bodems en benut het licht op de bodem voordat bomen en struiken uitlopen. Als vroege bloeier in april vormt de plant een essentieel onderdeel van het ecologische netwerk.
Goudgele voorjaarsstart op 0,09 m: een tapijt voor vitale bodems.
Ficaria verna subsp. bulbifera draagt bij aan de biodiversiteit door de vroege bloei in april. De plant is een sterke groeier die stikstof in de bodem bindt en de nutriëntencyclus ondersteunt. Via AM-mycorrhiza (een symbiose tussen schimmels en wortels) is de plant verbonden met het bodemleven. De soort geeft de voorkeur aan neutrale tot zwak zure bodems. De verspreiding vindt efficiënt plaats via wind, ondersteund door het lage gewicht van de diaspooren (1,654 mg), waardoor snel vitale vegetatie op open plekken ontstaat.
Ficaria verna subsp. bulbifera is niet veilig voor consumptie en kan irritaties veroorzaken. Voorkom inname door kinderen of huisdieren. Bij incidenten kan contact worden opgenomen met de relevante antigifcentrale.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.088 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een zonnige plek (lichtgetal 8) voor een volledige bloei.
Bodem: De bodem dient voedselrijk te zijn; een gift compost bevordert de groei.
Vochtigheid: Houd de bodem vers (matig vochtig), maar vermijd wateroverlast.
Warmte: De plant geeft de voorkeur aan warmere plekken in de tuin.
Planttijd: Plaats de knolletjes in het najaar of het vroege voorjaar in de grond.
Groei: Met een hoogte van 0,09 m is de plant geschikt als onderbeplanting voor bladverliezende struiken.
Onderhoud: Laat het loof na de bloei ongestoord vergelen zodat de energie terugvloeit naar de wortels.
Vermeerdering: De lichte diaspooren (1,654 mg) verspreiden zich vaak spontaan.
Combinatie: Anemone nemorosa is een geschikte partner vanwege de gelijke eisen aan bodem en licht in het voorjaar.
Ficaria verna subsp. bulbifera behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) en komt voor in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De natuurlijke habitat bestaat uit verse, voedselrijke locaties in uiterwaarden of struwelen. Als kruidachtige plant trekt deze zich in de vroege zomer volledig terug in de bodem. Een kenmerk is de vegetatieve vermeerdering via broedknolletjes in de bladoksels. Met een bladoppervlak van circa 476,34 mm² is de plant aangepast aan de lichtomstandigheden van het vroege voorjaar.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →