Ontdek hoe klokjes (Campanula) in de tuin kunnen worden gevestigd om de gespecialiseerde klokjesgroefbij gericht te ondersteunen. Tips voor de natuurtuin.
Het verrijken van de tuin met klokjes (Campanula) is een belangrijke stap voor het versterken van de regionale biodiversiteit. Deze plantengroep is veel meer dan een visuele blikvanger in violet of wit; zij vormt de existentiële levensbasis voor hooggespecialiseerde insecten. Hierbij staat de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum) centraal, die als wilde bij van het jaar 2026 extra aandacht verdient. Om deze soort te ondersteunen, is inzicht in de botanische bijzonderheden en de ecologische betekenis van dit plantengeslacht essentieel.
Het geslacht klokje (Campanula) behoort tot de familie van de klokjesfamilie (Campanulaceae). Een kenmerkend aspect is de sympetalie, waarbij de kroonbladeren zijn vergroeid tot een klok- of buisvorm. Deze structuur is een evolutionaire aanpassing die de voortplantingsorganen – de meeldraden (stuifmeelproducerende organen) en de stamper (ontvangst-orgaan voor stuifmeel) – beschermt tegen regen en dauw.
Een fascinerend mechanisme is de secundaire stuifmeelpresentatie. Voordat de bloem zich volledig opent, geven de helmknoppen hun stuifmeel al af aan de buitenzijde van de nog gesloten stijl (het verbindingsdeel tussen vruchtbeginsel en stempel). Bij een net geopende klokjesbloem bevindt het stuifmeel zich dus niet diep in de bloem, maar aan het behaarde oppervlak van de stijl. Dit vergemakkelijkt de voedselopname voor gespecialiseerde bijen zoals de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum).
De klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum) is een schoolvoorbeeld van oligolectie. Deze term beschrijft de beperking van een bijensoort tot één enkele plantenfamilie of zelfs slechts één geslacht bij het verzamelen van stuifmeel. Waar honingbijen (Apis mellifera) als generalisten bijna elke beschikbare bloem benutten, kan de klokjesgroefbij het broed niet grootbrengen zonder het specifieke stuifmeel van klokjes.
Deze bij komt vooral voor op plekken waar grote bestanden van soorten zoals het perzikbladig klokje (Campanula persicifolia) of het ruig klokje (Campanula trachelium) aanwezig zijn. De bij is qua timing perfect afgestemd op de bloeitijd van deze planten, die meestal van juni tot augustus loopt.
Om een continue stuifmeelvoorziening te garanderen, is het raadzaam verschillende soorten te combineren:
| Soortnaam (Botanisch) | Groeihoogte | Standplaats | Bloeitijd |
|---|---|---|---|
| Perzikbladig klokje (Campanula persicifolia) | 30–80 cm | Zonnig tot halfschaduw, droog | Juni – augustus |
| Grasklokje (Campanula rotundifolia) | 10–30 cm | Zonnig, schraal, doorlatend | Juni – september |
| Ruig klokje (Campanula trachelium) | 40–100 cm | Halfschaduw, vers, voedselrijk | Juli – augustus |
| Akkerklokje (Campanula rapunculoides) | 30–80 cm | Zonnig tot schaduw, eerder droog | Juni – september |
| Kluwenklokje (Campanula glomerata) | 20–60 cm | Zonnig, kalkrijk, droog | Juni – augustus |
Erhältlich bei Gartenexpedition.de

3,27 €
inkl. MwSt., zzgl. Versandkosten
Zum Shop →

2,50 €
inkl. MwSt., zzgl. Versandkosten
Zum Shop →
Partnerhinweis: Die verlinkten Produkte stammen von Gartenexpedition.de. Bei einem Kauf unterstützt du unsere Arbeit.
Voor een succesvolle vestiging dienen de volgende aanbevelingen in acht te worden genomen:
In de hoogzomer, wanneer veel weidebloemen al zijn uitgebloeid, vormen klokjes een kritieke voedselbron. Terwijl het rapunzelklokje (Campanula patula) vaak al na de eerste maaibeurt in juni verdwijnt, waarborgen de vaste tuinsoorten het voortbestaan van gespecialiseerde wilde bijen. Door deze planten in de tuin te vestigen, fungeert het perceel als een stapsteenbiotoop – een kleine, maar belangrijke verbindingsschakel in een vaak leeg landschap. Hiermee wordt een meetbare bijdrage geleverd aan de bescherming van de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum) en haar verwanten.
Oligolectie is de specialisatie van een bijensoort op het stuifmeel van een specifieke plantenfamilie of -geslacht, zoals het klokje.
Bij gevulde rassen zijn de meeldraden omgevormd tot bloemblaadjes. Ze produceren geen stuifmeel en bieden geen voedsel voor wilde bijen.
Het ruig klokje (Campanula trachelium) is ideaal voor halfschaduwrijke tot schaduwrijke standplaatsen en groeit goed aan bosranden.
Omdat veel soorten koudekiemers zijn, is zaaien in het late najaar of het vroege voorjaar aanbevolen om de noodzakelijke koudeperiode te benutten.
Hoofdartikel: Klokjesgroefbij: Praktijkgids voor de wilde bij van het jaar 2026
Die Glockenblumen-Schmalbiene ist Wildbiene des Jahres 2026. Erfahre, wie du den Spezialisten Lasioglossum costulatum im Naturgarten gezielt förderst.
VertiefungErfahre, wie du Glockenblumen (Campanula) im Garten ansiedelst, um die spezialisierte Glockenblumen-Schmalbiene gezielt zu unterstützen. Tipps für den DACH-Raum.
VertiefungErfahre alles über Kuckucksbienen wie die Blutbiene: Warum die Brutparasiten der Glockenblumen-Schmalbiene ein Zeichen für ökologische Qualität im Garten sind.
VertiefungErfahre, wie du die Glockenblumen-Schmalbiene (Wildbiene 2026) durch blau-violette Stauden förderst. Fachwissen zu Campanula & Co. für deinen Naturgarten.
VertiefungErfahre, warum offene Bodenstellen für Wildbienen wie die Glockenblumen-Schmalbiene lebenswichtig sind. Praxis-Tipps für die Gestaltung in Deinem Garten.
VertiefungErfahre, warum Spezialisierung für Wildbienen wie die Glockenblumen-Schmalbiene (Lasioglossum costulatum) Fluch und Segen zugleich ist. Jetzt Wissen vertiefen.
Alle Artendaten stammen aus wissenschaftlichen Quellen (CC BY 4.0 / CC0). Namensnennung gemäß Lizenzbedingungen. Vollständige Quellenübersicht →